Alcoholisme als ziekte

 

Vroeger werd vaak gedacht dat alcoholisten hun verslaving aan zichzelf te wijten hadden.
Hun wil zou te zwak zijn om de zucht naar alcohol te weerstaan.

 

Door wetenschappelijk onderzoek is het duidelijk geworden dat verslaving een ziekte is.

 


Onderstaand een animatie van Dr. Robert Lefever, toonaangevend verslavingsspecialist – London – UK.
Dr. Robert Lefever heeft zelf een verslavingsverleden en is ervaringsdeskundige bij uitstek.
De leidraad bij zijn eigen herstel en bij het herstel van zijn inmiddels duizenden patiënten is het 12 Stappen (Minnesota)model.

 

Alcoholverslaving is afhankelijkheid van alcohol en controleverlies over alcoholconsumptie
als resultaat van chronisch gebruik.

 

 

 

Chronisch alcoholgebruik leidt tot veranderingen in de hersenen (neuroadaptaties).
Deze aanpassingen van de hersenen liggen ten grondslag aan:

  • het ontstaan van afhankelijkheid (van alcohol) en
  • een sterkere drang om alcohol te drinken en een verminderde controle over die drang, wat resulteert in controleverlies.

Dit controleverlies beperkt zich niet tot het drinken van alcohol ‘alleen’.

 

Alcohol is een stof die inwerkt op verschillende hersencircuits, wat resulteert in verminderde cognitieve prestaties (zoals aandacht en concentratie, oriëntatie, waarnemen, denken, inprenten, herinneren, plannen maken, problemen oplossen, handelen, vaardigheden, het nemen van initiatieven en inzicht in de eigen situatie), emotionele staat en gedrag.

Chronische alcoholgebruikers presteren minder op het gebied van het maken van beslissingen en inhibitiecontrole. Er is sprake van ongeremdheid.
Dit kan leiden tot onaangepast gedrag, impulsiviteit en/of concentratiestoornissen. Chronische alcoholgebruikers nemen daarnaast meer risico.
Ook hier spelen ontregelde dopaminesystemen*) een belangrijke rol.


 

Verslaving ontstaat door de interactie van factoren die invloed hebben op de alcoholinname en factoren die invloed hebben op de vatbaarheid voor verslaving (zoals erfelijkheid en een impulsieve persoonlijkheid).
Lees meer hierover in het bericht: risicoprofiel alcoholverslaving.

 


Dopamine

Alcohol stimuleert, evenals andere verslavende middelen, dopamineafgifte *) in de hersenen, op een plek die alles te maken heeft met het beloningssysteem. Op het moment dat er in de hersenen een bepaalde hoeveelheid dopamine wordt aangemaakt, word je daar “blij” van.

Als je drinkt, wat je een prettige ervaring vindt, dan wordt er dopamine in je hersenen aangemaakt. Voor de hersenen is dit een cadeautje, en je hersenen willen later graag weer dopamine vrijgeven om hetzelfde euforische gevoel terug te krijgen.

Je lichaam krijgt een seintje om hetzelfde nog een keertje te doen, opdat het dopamine niveau weer gaat stijgen.

NOTE: De verstoorde dopaminebalans bij verslaafden is slechts een van de vele veranderingen in de hersenen die plaatsvinden ten gevolge van chronisch alcoholgebruik. Dopamine is als voorbeeld genomen omdat deze het meest tot de verbeelding spreekt. Langdurig alcoholgebruik lijdt tot een verminderde dopaminegevoeligheid.


*) Dopamine is een stof die alleen in de hersenen aangemaakt wordt, en daar ook blijft.
Het is een zogenaamde neurotransmitter, een stof die de communicatie mogelijk maakt tussen de verschillende zenuwcellen in de hersenen.
De dopamine heeft zelf geen bepaalde werking, maar maakt het mogelijk door zich aan zogenaamde receptoren in de hersenen te koppelen. Dopamine wordt ook wel het “gelukshormoon” of het ‘geluksstofje’ genoemd.


Erfelijkheid

Dat genen een rol spelen bij alcoholisme staat ook vast. Het gaat niet om één specifiek gen, maar om meerdere genen, die in combinatie met de omgevingsfactoren betrokken zijn bij het risico op de ontwikkeling en instandhouding van alcoholisme. Het risico op alcoholverslaving wordt voor ongeveer 50% verklaard uit erfelijke factoren. Met het “risico op alcoholverslaving” doelen we op verslavingsgevoeligheid.

Scroll Up